Aardappels bewaar je het best op een droge, donkere en koele plek, zoals een kelder, garage of donkere kast. Onder die omstandigheden blijven ze rauw gemakkelijk twee tot drie weken goed, soms nog langer. Bewaar je ze minder ideaal, dan kunnen ze binnen een week al uitlopen of zacht worden.
De beste plek voor het bewaren van aardappels
De drie sleutelwoorden zijn: koel, donker en droog. Een temperatuur tussen de 4 en 10 graden is ideaal. Een koele kelder of bijkeuken voldoet daar meestal aan. Een gewone woonkamer is te warm, waardoor de aardappels sneller uitlopen en zachter worden.
Licht is ook een probleem. Bij blootstelling aan licht maken aardappels solanine aan, een stof die groene plekken veroorzaakt en in grotere hoeveelheden schadelijk is. Bewaar ze daarom in een gesloten kist, een papieren zak of een donkere mand, nooit in een doorzichtige plastic tas.
Vocht is de derde vijand. Een natte of vochtige omgeving laat aardappels sneller rotten. Plastic zakken houden vocht vast; gebruik liever een papieren zak, een houten kist of een gevlochten mand.
Aardappels bewaren in de koelkast: beter van niet
De koelkast lijkt een logische keuze, maar werkt averechts. Onder de 4 graden zet het zetmeel in aardappels om in suiker. Je aardappels worden dan zoeter van smaak en kleuren bij het bakken of koken ongewenst bruin. Het Voedingscentrum raadt bewaring in de koelkast dan ook af voor rauwe aardappels.
Hoelang blijven aardappels goed?
Dat hangt af van de omstandigheden en het type aardappel. Een grove richtlijn:
- Koele, donkere kelder (4 tot 10 graden): twee tot acht weken, soms nog langer bij vastkokende rassen.
- Kamertemperatuur, donker: één tot twee weken.
- Kamertemperatuur, met licht: enkele dagen tot een week, daarna risico op groene plekken en uitlopers.
Vastkokende aardappels houden het over het algemeen langer vol dan kruimige rassen. Nieuwe aardappels (met een dunnere schil) zijn kwetsbaarder en gaan minder lang mee dan oudere aardappels met een dikkere schil.
Groene plekken en uitlopers: gevaarlijk of niet?
Groene plekken bevatten solanine en die snijd je ruim weg voor je de aardappel gebruikt. Is een aardappel voor meer dan de helft groen? Gooi hem dan weg; je kunt de solanine niet weggaren of wassen. Uitlopers (de sprieten die groeien als de aardappel te lang ligt) snijd je gewoon weg. De aardappel zelf is dan nog prima te eten, zolang hij niet zacht, verschrompeld of groen is.
Wat je niet samen met aardappels moet bewaren
Leg aardappels niet naast appels of peren. Die vruchten geven ethyleengas af, waardoor aardappels sneller bederven en een ongewenste smaak kunnen krijgen. Ui en aardappel worden ook vaak samen bewaard, maar dat is geen goed idee: uien zorgen ervoor dat aardappels sneller zacht worden. Bewaar ze apart.
Gekookte aardappels bewaren
Gekookte aardappels horen in de koelkast. Laat ze eerst afkoelen, leg ze in een afgedekte schaal en bewaar ze maximaal twee dagen. Langer is niet verstandig vanuit voedselveiligheid. Invriezen kan ook: gekookte of half-gegaarde aardappels (stamppot, puree, gekookte stukken) kun je prima invriezen voor twee tot drie maanden. Rauw invriezen werkt niet goed; de textuur wordt waterig en papperig na het ontdooien.
Kort samengevat: zoek een koele, donkere en droge plek op, houd aardappels weg van licht, vocht en rijp fruit, en controleer ze regelmatig. Snijd groene plekken ruim weg en gebruik aardappels met uitlopers gewoon op. Zo haal je het meeste uit je voorraad zonder verspilling.



