Een gekookt ei koken duurt tussen de 5 en 12 minuten, afhankelijk van hoe je de dooier wilt hebben. Bij 5 minuten is de dooier nog vloeibaar en zacht. Bij 10 minuten of langer is het ei volledig hardgekookt. Precies die kooktijd bepaalt het resultaat, dus het loont om dat goed bij te houden.
Hoe lang een gekookt ei koken per gewenst resultaat
Hieronder zie je precies welke kooktijd bij welk resultaat hoort. De tijden gelden vanaf het moment dat het water kookt en je het ei voorzichtig in het water legt.
| Kooktijd | Resultaat |
|---|---|
| 5 minuten | Zachtgekookt: het eiwit is gestold, de dooier is nog volledig vloeibaar |
| 6 minuten | Zachtgekookt: de dooier is minder lopend, maar nog romig en zacht |
| 7 minuten | De dooier is bijna gestold, maar nog licht zacht in het midden |
| 8 tot 9 minuten | Halfhardgekookt: de dooier is volledig gestold, maar nog niet droog |
| 10 tot 12 minuten | Hardgekookt: de dooier is stevig en droog, geschikt om te pellen |
Houd er rekening mee dat koude eieren uit de koelkast iets langer nodig hebben dan eieren op kamertemperatuur. Haal je ei van tevoren even uit de koelkast, of voeg een halve minuut extra kooktijd toe als je het direct vanuit de koelkast gebruikt.
Stap voor stap een ei koken
De aanpak is net zo belangrijk als de kooktijd. Gebruik dit stappenplan voor een betrouwbaar resultaat:
- Breng een pan water aan de kook. Zorg dat er genoeg water in zit om het ei volledig onder te zetten.
- Laat het water goed doorkoken voordat je het ei erin legt.
- Leg het ei voorzichtig in het kokende water met een lepel. Zo voorkom je barsten.
- Stel een timer in op de gewenste kooktijd (zie de tabel hierboven).
- Haal het ei na de kooktijd direct uit het water en spoel het kort af met koud water. Zo stopt het kookproces meteen.
Het koud afspoelen is met name handig bij zachtgekookte eieren. Als je het ei warm laat liggen, gaart het namelijk door en wordt de dooier harder dan je wilt.
Veelgemaakte fouten bij het koken van een ei
De timer vergeten is de meest voorkomende fout. Zelfs een minuut te lang koken maakt een duidelijk verschil, zeker bij zachtgekookte eieren. Gebruik altijd een timer, ook al denk je het wel te onthouden.
Een andere valkuil is het ei in koud water leggen en dan pas opwarmen. Dan is het lastig om de kooktijd precies te meten, want het water heeft een onbekende tijd nodig om te koken. Start altijd met al kokend water.
Tot slot: eieren zijn niet allemaal even groot. Een klein ei (maat S) is sneller gaar dan een groot ei (maat L). Zit je ei aan de grote kant, tel dan gerust een halve minuut extra mee.
Weet je de gewenste kooktijd, let dan op het moment dat je het ei in het water legt. Die ene minuut extra of te weinig maakt bij een gekookt ei meer uit dan bij de meeste andere gerechten. Met een timer en kokend water als startpunt kom je altijd goed uit.



