De basis voor traditionele lasagne
De klassieke lasagne komt uit Italië en bestaat meestal uit laagjes pastabladen, een rijke tomatensaus met gehakt en een romige saus. De meest bekende variant heet lasagne bolognese. Daarvoor maak je eerst een saus van ui, wortel, bleekselderij en rundergehakt, die je bakt met tomatenblokjes of passata. Vervolgens maak je een witte saus, ook wel bechamelsaus genoemd, door boter te smelten, bloem erdoor te mengen en langzaam melk toe te voegen tot het een gladde saus is. Het is handig om de saus eerst iets te laten afkoelen voordat je de lasagne opbouwt, zo loopt alles minder snel uit en blijft je schotel stevig. Leg lagen tomatensaus, lasagnebladen en bechamelsaus steeds op elkaar, en eindig met een laagje saus en wat geraspte kaas.
Handige tips voor het maken van lasagne
- Lasagne maken is niet moeilijk, maar wat aandacht helpt om een goed resultaat te krijgen. Gebruik bij voorkeur verse groenten en goed gehakt. Kies tomatenpassata of tomatenblokjes zonder toegevoegde suiker voor een lekkere saus. Laat de tomatensaus minstens 15 tot 20 minuten pruttelen, zodat de smaken goed mengen en de saus dikker wordt. Te veel vocht in de saus maakt de lasagne waterig; daarom kun je eventueel wat minder water toevoegen dan op de verpakking staat of de saus langer inkoken. Gebruik ovenklare lasagnebladen als je tijd wilt besparen, die hoeven niet voorgekookt te worden. Zorg dat de lasagne altijd eindigt met een royale laag saus en kaas. Zet de schaal in het midden van de oven en dek deze eventueel af met aluminiumfolie als de kaas te snel bruin wordt.
Variaties en manieren om lasagne aan te passen
- Vegetarische versie door het gehakt te vervangen door extra groenten, zoals courgette, paprika, aubergine of spinazie.
- Stukjes mozzarella tussen de lagen, samen met wat verse basilicum.
- Voor wie glutenvrij eet, bestaan er speciale lasagnebladen van maïs of linzen.
- Lasagne met zalm en spinazie, die smaakt fris en licht.
- Voor een kindvriendelijke smaak voeg je alleen milde tomatensaus en zachte kaas toe.
- Wie minder vet wil eten, kan halfvolle melk in de saus gebruiken en kiezen voor minder kaas.
- Restjes kun je makkelijk invriezen, zo heb je altijd een lekkere maaltijd op voorraad.
Serveer en geniet van je zelfgemaakte lasagne
Een zelfgemaakte lasagne is lekker als hoofdgerecht, meestal met een frisse salade of brood erbij. Laat de schaal na het bakken ongeveer tien minuten staan voordat je hem aansnijdt. Zo wordt de saus steviger en kun je mooie stukken uit de schaal scheppen. Snijd de lasagne met een scherp mes of spatel en serveer direct op een warm bord. Als er iets over is, bewaar je dit afgedekt in de koelkast: opgewarmd in de oven blijft het smeuïg en krijgt het een heerlijke, volle smaak. Lasagne leent zich goed om meer porties tegelijk te maken, bijvoorbeeld als je gasten krijgt of als je in het weekend alvast voor meerdere dagen wilt koken. Veel mensen vinden lasagne de volgende dag zelfs nog lekkerder, omdat de smaken dan goed zijn ingetrokken.
Meest gestelde vragen over lasagne zelf maken
-
Hoe voorkom ik dat mijn lasagne waterig wordt?
Om een waterige lasagne te voorkomen, laat je de tomatensaus rustig inkoken zodat er minder vocht in zit. Gebruik ook genoeg lasagnebladen, want deze nemen overtollig vocht op tijdens het bakken.
-
Wat kan ik doen als ik geen bechamelsaus wil gebruiken?
Lasagne is ook goed te maken zonder bechamelsaus. Je kunt extra tomatensaus gebruiken of vervang de witte saus door een laagje crème fraîche of ricotta voor een romige smaak.
-
Kun je lasagne invriezen en weer opwarmen?
Zelfgemaakte lasagne kun je prima bewaren in de vriezer. Laat de schotel eerst helemaal afkoelen, snijd in stukken en verpak het luchtdicht. Bij opwarmen in de oven blijft de smaak en structuur goed behouden.
-
Hoe lang moet lasagne in de oven?
De meeste lasagne schotels bak je ongeveer 35 tot 45 minuten in een oven van 180 tot 200 graden Celsius. Als je geen voorgekookte bladen gebruikt, moet de schotel soms wat langer blijven staan.



