Ossobuco is een klassiek Italiaans gerecht uit Lombardije, bestaande uit langzaam gestoofd kalfsvlees met een bot. Het vlees wordt langzaam gegaard in een rijke bouillon van wijn, tomaten en groenten, wat zorgt voor een diepte van smaak. Het gerecht wordt vaak bereid met gremolata, een frisse mix van citroen, knoflook en peterselie, die het gerecht verfrist.
Waar komt Ossobuco vandaan?
Ossobuco heeft zijn oorsprong in de regio Lombardije in Noord-Italië, waar het al sinds de 18e eeuw een traditioneel gerecht is. Het werd oorspronkelijk bereid door arme boeren die het vlees langzaam stoven om het taaie vlees zacht en smaakvol te maken. De naam ossobuco, wat “bot met een gat” betekent, verwijst naar het bot in het vlees, dat rijk is aan smaakvol beenmerg. Het gerecht werd populair in heel Italië en is vandaag de dag een symbool van de Italiaanse culinaire traditie, met variaties die wereldwijd te vinden zijn.
Wat moet je serveren bij Ossobuco?
Ossobuco is een gerecht dat vaak wordt geserveerd met gerechten die de rijke smaken van het stoofvlees aanvullen. Traditioneel wordt het gecombineerd met risotto alla milanese, een romige risotto op smaak gebracht met saffraan, wat de smaken van het ossobuco perfect aanvult. Ook polenta, een maismeel gerecht, is een populaire keuze om vlees op te serveren, doordat het de rijke jus goed opneemt. Voor een frisse tegenhanger wordt ossobuco vaak afgewerkt met gremolata, een mengsel van citroenrasp, knoflook en peterselie, die een levendige smaak toevoegt en het gerecht balanceert. Als je denkt aan Italië denk je ook aan die mooie wijngaarden. Er past ook wel een wijntje bij dit gerecht. Als het gaat om wijn combinatie, zijn volle, krachtige wijnen de beste keuze om het gerecht te begeleiden. Een goed samengestelde rode wijn, zoals een Barolo of Chianti, past perfect bij ossobuco. De tannines in de wijn versterken de diepe smaken van het gestoofde vlees, terwijl de frisheid van de wijn de rijkdom van het gerecht aanvult.
Een lekker recept van Ossobuco
Ingrediënten:
- 4 kalfsschenkels (met bot)
- 2 eetlepels olijfolie
- 1 ui, gesnipperd
- 1 wortel, in blokjes
- 1 stengel bleekselderij, in blokjes
- 2 teentjes knoflook, fijngehakt
- 1 blikje tomatenpuree (70 g)
- 250 ml droge witte wijn
- 500 ml runderbouillon
- 2 takjes tijm
- 2 laurierblaadjes
- Zout en peper naar smaak
- 1 eetlepel boter
- 1 citroen (voor de gremolata)
- 2 eetlepels fijngehakte peterselie (voor de gremolata)
- 1 teentje knoflook (voor de gremolata)
Bereidingswijze:
- Verhit de olie: Verhit de olijfolie in een grote braadpan op middelhoog vuur. Voeg de kalfsschenkels toe en bak ze rondom bruin. Haal ze daarna uit de pan en zet apart.
- Bak de groenten: Voeg in dezelfde pan de ui, wortel, selderij en knoflook toe. Bak dit alles 5-7 minuten, totdat de groenten zacht zijn.
- Voeg tomatenpuree en wijn toe: Voeg de tomatenpuree toe en roer goed door. Laat het een paar minuten meebakken zodat de smaken zich ontwikkelen. Giet de witte wijn erbij en roer goed door om de aanbaksels van de pan los te maken.
- Voeg de bouillon en kruiden toe: Leg de kalfsschenkels terug in de pan en voeg de runderbouillon, tijm, laurierblaadjes, zout en peper toe. Breng het geheel aan de kook.
- Stoof het vlees: Zet het vuur laag, dek de pan af en laat het vlees ongeveer 2 tot 2,5 uur zachtjes stoven, totdat het vlees zacht en makkelijk van het bot valt. Voeg indien nodig wat extra bouillon of water toe om te voorkomen dat de pan uitdroogt.
- Maak de gremolata: Meng in een klein schaaltje de citroenrasp, fijngehakte peterselie en knoflook voor de gremolata. Dit wordt toegevoegd aan het gerecht vlak voor het serveren voor een frisse, aromatische smaak.
- Serveren: Haal het vlees uit de pan en zet het op een bord. Verwijder de laurierblaadjes en takjes tijm. Serveer het vlees met de groenten en de rijke jus. Werk af met een lepel gremolata boven op het ossobuco voor extra smaak.



