Als foodie is dit een soort foodwalhalla, een food heaven; ik praat over het fenomeen foodfestival. Als paddenstoelen uit de grond geschoten, het fenomeen van 2015. Zeker in Groningen weten we er wel wat van, wij hebben deze zomer wel vier foodfestivals. De derde is gisteren net afgelopen en de laatste begint volgend weekend. Het concept is overgewaaid vanuit Amsterdam, daar sloeg het zo aan dat er nu zelfs een indoor foodcourt is: de Foodhallen. Ook mijn hartje ging harder kloppen toen ik vorig jaar voor het eerst naar de Rollende Keukens in Amsterdam ging. Een enorm veld vol met rollende keukens, overal hing de geur van vers voedsel, blije mensen en chille muziek, ik was verkocht. Maar langzaam maar zeker ben ik omgekocht, omgekocht door home-cooking.

De prijzen op de meeste foodfestivals liegen er niet om, natuurlijk is het begrijpelijk dat je meer betaald dan je eigen gemaakte maaltijd. In restaurants betaal je tenslotte ook een boel meer, maar dit wordt vaak goed gemaakt door de atmosfeer en dat geldt ook voor foodfestivals. Waarom lijken de prijzen op foodfestivals dan alsnog belachelijk hoog?

Dit weekend was ik op Lepeltje Lepeltje in Groningen, de sfeer was chill en de aankleding gezellig. De keuze was reuze maar je portemonnee mocht ook wel reuze zijn. Je moest betalen met muntjes en toen zag ik de bui al hangen, die muntjes kostten vast geen euro per stuk. Oké, €2 euro dan, maar bij de kassa moest ik toch even slikken, €2.60 per muntje. De gemiddelde maaltijd was 3 muntjes, €7.80. Op zich is dat niet heel veel, maar wel als je daarna de porties zag. Vol goede moed splitsen mijn vriendin en ik ons op, twee verschillende gerechtjes die we samen konden delen. Ik had een mooie grote barbeque gezien waarop je een gegrilde ananas kon krijgen met een salade met andere gegrilde groenten voor 3 muntjes; €7.80  Mijn vriendin ging voor de gamba’s op spies met chimichurry, 2 muntjes; omgerekend dus €5.20. Dit is wat wij kregen:

Mijn portie is nog redelijk royaal en zou de €7.80 nog waard kunnen zijn, was het niet dat de dressing mierzoet was met de al zoete ananas. Waar je amper wat van kon eten omdat ze de ananas in de schil geroosterd hadden en je dus het “vlees” met een plastic mes en vorkje te lijf mocht gaan. Maar à la, oké, het was op zich wel prima maar ik hield er geen volle maag aan over. De “maaltijd” van mijn vriendin sloeg wel alles, er was geen spies te bekennen. Daarnaast moest je de gamba nog zelf pellen, op zich niet een probleem, maar wel als je je beseft dat er na het pellen niet heel veel meer van je maaltijd over blijft. De gamba was ook nog eens overcooked en dit alles voor €5.20.

Dan kan de sfeer nog zo chill zijn, maar als je die twee gamba’s als voorgerecht in een restaurant kreeg had je het ook terug gestuurd. Wij waren nog terug gegaan naar de koks in de keuken, maar die haalden alleen hun schouders op, echte passie was ver te bekennen. Had ons dan tenminste een nieuwe portie gegeven, voor die €5.20 verwacht je namelijk wel perfect gebakken gamba’s, helaas, verloren kans.

Foodfestivals zijn ontstaan vanuit het idee dat je veel verschillende soorten voedsel kan proberen op één festival. Overal wat kleine maaltijden proeven, om aan het einde van de dag of avond rond naar huis te gaan met een schat aan nieuwe eet ervaringen. Door de gemiddelde prijs op foodfestivals moet je nu helaas kiezen en ga je niet met een schat aan nieuwe eet ervaringen naar huis. Het is goedkoper om thuis verschillende soorten hapjes op tafel te zetten en zo een culinaire wereldreis te maken. Ik ga volgend weekend toch even kijken bij Rrrollend Groningen, maar ik bedenk me wel twee keer voordat ik mijn portemonnee trek. Waarschijnlijk duik ik liever mijn eigen keuken in een voor een broodje pulled pork met coleslaw.