Vorige week verscheen het vijfde gebod in de serie “De 10 geboden van goed eten” in de Volkskrant. In deze serie gaat de Volkskrant opzoek naar handsvaten voor de consument in het oerwoud van gezond en duurzaam eten. Het vijfde gebod luidt: “Gij zult meer betalen, want dat is beter voor het milieu, de dieren en de boeren in de Derde Wereld.” Er wordt altijd maar geroepen dat gezond voedsel zo duur is, biologisch vlees is duur, té duur. Nee, zeg ik dan, jou ‘gewone’ stuk vlees is té goedkoop. In dit artikel wordt dan eindelijk uitgelegd waarom ik gelijk heb (en is het niet fijn om gelijk te hebben). Daarom nu, een samenvatting van het artikel dat mijn gelijk bewijst.

1

Het artikel begint met het voorbeeld van koffie en stelt meteen de lezer een pijnlijke vraag. Als je wist dat voor de duurdere fairtrade koffie de boeren een eerlijkere prijs kregen en de koffie duurzamer verbouwd werd, zou je deze dan kopen? Een morele vraag, waarop iedereen graag ‘ja’ zou willen antwoorden. Maar de harde waarheid is dat het marktaandeel van fairtradekoffie in Nederland maar 5 procent is. Het goedkope pak koffie belandt toch weer in het mandje, want iedereen wil gewoon koffie kunnen drinken. Maar koffie is altijd een luxe product geweest, het moest van ver komen en alleen de rijken konden het zich veroorloven. Nu kan iedereen het zich veroorloven, niks mis mee, maar niet zo goed voor de koffieboeren die uitgebuit worden.

Ook is het niet zo goed voor het milieu. De bijdrage van landbouw aan het broeikaseffect wordt geschat op 25 tot 30 procent. De aanpak hiervan kost honderden miljarden per jaar, maar deze prijs zit niet in ons voedsel doorberekend.

“Armoede, milieu- en gezondheidsproblemen, dierenleed, het zijn de onzichtbare kosten achter onze voedselproductie. Ze zijn er wel, maar je ziet ze niet. En dus betaal je ze niet. Als je die kosten wel meerekent, zouden we meer voor ons eten betalen.”

Het is de schuld van de Tweede Wereldoorlog dat ons eten zo goedkoop geworden is. “Nooit meer honger”, en daarom gingen we los op zo goedkoop mogelijk, zoveel mogelijk te produceren. Onze uitgaven aan voedsel werden minder en minder. In 1960 gaven we gemiddeld 30% van ons inkomen uit aan voedsel, in 2011 was dit nog maar 11%!

“Er zou eigenlijk een prijskaartje moeten hangen aan het gebruik van natuurlijke hulpbronnen als water, lucht en land. De (voedings)industrie maakt er gebruik van door afvalstoffen erin te lozen of door ze te vervuilen met pesticiden, broeikasgas of fijnstof.”

Maar dat prijskaartje hangt er voor ons consumenten niet aan, maar wel voor de boeren, het milieu, de dieren en de toekomstige generatie. Toch komt het artikel met een opvallend argument waarom wij alsnog betalen voor ons goedkope voedsel. Dit zou namelijk gebeuren door de hogere kosten voor onder andere, dijkverzwaring (de zeespiegelstijging) en waterzuivering (Al het landbouwgif dat in ons (grond)water verdwijnt). Maar ook de asielzoekers zijn volgens het artikel te herleiden tot ons goedkoop voedsel. De lage prijzen die wij bieden voor het verbouwen van voedsel, zorgen voor armoede en instabiliteit in ontwikkelingslanden. Dit leidt volgens het artikel weer tot oorlogen en vluchtelingenstromen. Zo ver had ik er zelf nou nooit over nagedacht, ik ben het er niet helemaal mee eens. Het is namelijk wel heel ver terug redeneren en ik geloof niet dat het op iedere asielzoeker toe te passen is. Toch laat het maar wel weer zien wat de invloed van ons voedsel op de wereld heeft.

Maar hoe lossen we al deze problemen op? Moet de consument meer betalen? Moeten er meer labels op als bewijs dat het fairtrade, biologisch is? Moeten bedrijven verduurzamen en het ‘slechte’ voedsel gewoon niet meer aanbieden? Moet de overheid misschien ingrijpen?

“Voer een vliegtaks in, een milieuheffing, een dierenleedbelasting voor kip uit de bio-industrie en een uitbuitingsopslag voor kinderslaafchocolade. ‘Eerlijke’ producten – uit de volle grond, van het seizoen, duurzaam, diervriendelijk, fairtrade – worden dan vanzelf relatief goedkoper.”

Maar zo makkelijk is het niet. We leven in een democratie waar de overheid niet alles voor het zeggen heeft. We hebben een vrije markt economie en daar moet men keuze hebben. Dus ook de keuze voor ‘slecht’ voedsel. Toch, als je je beseft welke impact dat goedkope voedsel op onze wereld heeft, waarom zou je deze keuze dan nog maken? Mijn eten is niet té duur, jou eten is té goedkoop!

Voor het hele artikel, klik hier.*

*Je moet helaas wel betalen om het artikel te kunnen lezen, al kan je het gratis via de website proberen.