Vorige week was er weer een nieuwe aflevering van de Keuringsdienst van Waarde. Op het eerste gezicht leek het mij niet een bijster interessante aflevering, beenham, hmm. Heb ik niet echt een mening over, dacht ik. Maar we worden weer ons zonder moeite bij de neus genomen. Bij het bel rondje van de KvW stelde ze de simpele vraag; wat is beenham? Deze simpele vraag bleek nog best moeilijk te zijn en ook toen ik bij mijzelf ten rade ging, besefte ik mij dat ik het eigenlijk niet wist. Ham van een been, zover kwam ik dan nog wel. Maar wat onderscheidt het van de achterham, de schouderham, yorkham, roomham, gerookt, flinterdun of van de slager? Het vak van hammen ligt stampensvol in de supermarkt omdat wij consumenten iets te kiezen willen hebben. De keuze is reuze, maar de kennis is minimaal. Daar bracht deze aflevering verandering in.

1

Een beenham komt inderdaad van een been van een varken. Maar daar is dan ook alles mee gezegd. Er zijn verder geen officiële regels waaraan een beenham moet voldoen en daar maakt de voedingsindustrie gretig gebruik van. Er komt vlees van de billen van een varken binnen, de achterhammen. Hier wordt weer een bot ingestopt, of er wordt alleen een ijzeren staaf ter vervanging van het bot bij geperst en dan wordt de ham verder bereidt. Het bot of de ijzeren staaf wordt er weer uitgehaald, er wordt een hapje uitgesneden alsof het lijkt dat er altijd een bot ingezeten heeft en tadaa, zie hier; de beenham.

bron: KRO
bron: KRO

Op zich is er niet heel veel mis mee met deze manier van vlees verwerken. Er wordt zo min mogelijk vlees verspilt, daar valt nog iets voor te zeggen. Maar waar het dan misgaat is dat er wel de prijs van een beenham voor gevraagd wordt. Deze is hoger dan de achterham, terwijl die beenham gewoon van een achterham gemaakt is. Deze producenten hebben er weer een bot ingestopt en uitgehaald, allemaal extra werk en daarom extra kosten misschien?

c7ce5644-8151-410c-bdea-ac4edecb1fe9
bron: KRO

Ik keek van de week toch iets anders naar die pakjes beenham in de supermarkt. Verrek, een aantal hadden inderdaad dat kleine inhammetje van het nep bot. Ik eet amper ham en al helemaal amper beenham. Als ik dit dan toch doe, dan probeer ik mij ervan te verzekeren dat het toch echte beenham is. Beenham van een varken dat een goed leven gehad heeft, gelukkig is dat in mijn buurt te vinden. De waddenvarkens* heb ik met mijn eigen ogen zien rondscharrelen in een weiland en zeker dat dat vlees een stuk beter smaakt dan die ophokbiggen uit de industrie.

*Hier kan je mijn blog lezen over mijn bezoekje aan Waddenvarkens.

Kijk deze aflevering van de Keuringsdienst van Waarde hier terug.