Het voedselprogramma van Let’s Gro zat vol, bomvol. Ik heb twee dagen lang van hort naar her gefietst om alles te kunnen meemaken, want je wilt gewoon niks missen. Het inspiratiefestival bevatte meer dan 125 programma onderdelen waarvan er negen gereserveerd waren speciaal voor voedsel. Voedsel is hot, eten is een happening, ook in Groningen.

(Niet zo geïnteresseerd in het hele verhaal maar wel naar de foto’s, scroll dan naar beneden voor de galerij.)

1490890_822804987776105_6123651117565487460_o
Copyright: Christina Geoghegan

Ik begon mijn vrijdagmiddag met een bezoek aan de Free Café, gelegen bij mij om de hoek maar nog niet eerder bezocht. Een café, opgebouwd vanaf de grond, de gemeente bood een startbedrag aan maar dit wezen zij vriendelijk af. Ze wilden laten zien dat het gratis kon, op het terrein van Tuin in de Stad. Een indrukwekkend aantal van 200 vrijwilligers (Nederlanders en internationals vanuit de hele wereld) hebben geholpen dit project tot leven te brengen. Met de ‘goodwill’ van anderen hebben ze een café weten op te bouwen die gratis eten serveert. Gratis eten, ondanks de stijgende aantallen bij de voedselbank is het mogelijk om gratis maaltijden te verschaffen. The Free Café heeft afspraken gemaakt met de marktkooplui van de Vismarkt en een groothandel, zij halen de groenten en fruit op die zijn niet meer kunnen verkopen. Hiervan maakt de Free Café vervolgens eten, dat zij gratis serveren aan één ieder die langs komt. Het plan is om twee dagen in de week open te zijn en misschien zelfs wel meer als de omstandigheden het toelaten. The Free Café toont dat voedselverspilling de klauwen uitloopt, verbindt mensen door gratis maaltijden, workshops en andere activiteiten en laat zien dat het ook zonder geld kan. Een samenwerking tussen verschillende partijen uit Groningen (de gemeente, Tuin in de Stad en Let’s Gro) die zijn vruchten lijkt af te werpen.

Nog zo’n voorbeeld van een mooi samenwerkingsproject tussen de gemeente en zijn inwoners is “Toentje”. Gelegen ver buiten het centrum maar dicht bij de Voedselbank ligt een moestuin. Deze ligt hier niet toevallig, zij is in dienst van de voedselbank. Er zitten niet genoeg verse groenten en fruit in de voedselpakketten en daar moest iets aan gedaan worden volgens Jos Meijers. Naast dat Toentje voedsel voor de voedselbank verschaft biedt het ook werkplekken en opleidingsmogelijkheden aan. Toentje is inspiratie door ontmoeting en ik heb Toentje vrijdag ontmoet. De tuin lag er rustig bij maar binnen werd er hard gewerkt, Carolien Nijland maakte verse zuurkool. Oude tijden herleefden, zelf weer aan de slag gaan met je eten, iets dat veelvuldig terugkwam in het voedselprogramma van Let’s Gro. Want zo gingen in restaurant Pernikkel kinderen aan de slag met aardappelen in het Pieperparadijs, Daar leerden zij eerst door middel van een kleine quiz dat er meer dan die ene gele aardappel bestaat. Er zijn er wel meer dan 100 en in allerlei soorten kleuren en maten. Toen de paarse aardappel ontdekt was, wilde eigenlijk niemand meer met de gele aardappel koken. Maar nadat ze hoorden dat ze allemaal de paarse aardappel mochten proeven ging ieder groepje aan de slag met zijn of haar gerechtje. Gnocchi, aardappelkoekjes en pommes duchesse, er ging een wereld voor de kinderen open.

De vrijdag werd afgesloten met een groots voedselverspillingsdebat, georganiseerd door de Youth Food Movement Groningen. De YFM zet zit in voor ‘good, clean and fair food’, na een succesvol Damn Food Waste afgelopen zomer in het Noorderplantsoen, waar zij met behulp van vrijwilligers met afgedankte groenten een soep bereidde voor meer dan 1.500 mensen, werd het tijd voor een vervolg. Want voedselverspilling blijft een issue, dat heeft The Free Café wel laten zien, waaraan een bittere smaak hangt. Als we het voedsel niet zouden verspillen was Toentje misschien niet eens nodig geweest. Voor een aanpak van voedselverspilling is meer dan een gratis lunch nodig, daarom zaten allerlei belangrijke mensen uit het voedselcircuit aan een tafel. De producenten, de groothandels, de detailhandel, horeca en catering, de verwerking, beleid en uiteraard consumenten. Allen gingen zij aan hun eigen tafel aan de slag met de knelpunten in hun gebied, de mogelijke oplossingen en de samenwerkingen die zij zouden moeten aangaan. Na 40 minuten gepraat te hebben werden de resultaten gepresenteerd. Er werd nog veel met de vinger naar een ander gewezen, regelgeving blijkt een heleboel tegen te houden en ook de consument valt het één en ander te verwijten. Duidelijke oplossingen zijn er nog niet, maar de eerste stap in het debat en de samenwerking is gezet en dat er een vervolg komt is vrijwel zeker.

Hoe vol vrijdag al leek, hoe voller zaterdag was. Het begon allemaal met een megaproeverij waar het supermarktproduct vergeleken werd met een lokaal geproduceerd product. Is er eigenlijk wel een verschil in smaak tussen een stuk kaas van de supermarkt en een kaas van de kaasboer? Producten van de boer worden vaak als duur gezien, maar is dit ook altijd zo? Soms is het verschil minimaal, biologische pecannoten blijken helemaal niet zo heel veel duurder te zijn dan die van de Albert Heijn. Het werd een feestmaal van lokaal gebrouwen bier, appelsap van Oudebosch, honing van de lokale imker, spek van waddenvarkens en kaas uit de provincie. Was het altijd lekkerder dan het supermarktproduct? Daar was niet altijd iedereen het over eens (de zoon van een bezoeker had toch liever de roze spekreepjes uit de supermarkt dan de witte spekblokjes van waddenvarkens). Maar geïnspireerd waren mensen wel, lokaal eten hoeft niet altijd duurder te zijn.

Na allerlei lokaal lekkers geproefd te hebben ging ik over op onze nationale trots, de appeltaart! Heel Grunn Bakt, gepresenteerd door een bijna even charmante presentator als Martine Bijl, liet Groningen zien (en proeven) wat volgens haar of hem de lekkerste appeltaart was. Onder leiding van een deskundige jury, bestaande uit lokale mensen; wethouder in Groningen Mattias Gijsbertsen, Courtney van American Bakery Courtney’s Kitchen en een echte appeltaart oma, werden de taarten in de spiegeltent gejureerd. De winnaar ontving een workshop voor 2 bij Toet cadeau.

Lokale ondernemers worden op Let’s Gro goed vertegenwoordigd, dit was ook te zien op Smoak, het lifestyle evenement van Let’s Gro. Verschillende lokale ondernemers in het voedselcircuit boden hun waren voor een kleine prijs aan. Ik heb gesmikkeld van lokaal ijs, een smoothie van de KokoToko en een Gronings likeurtje.

Van lokale en nationale pracht ging ik naar internationale problematiek bij het (H) eerlijke keurmerken debat. Hier gaf een vertegenwoordiger van Tony Chocolonely een introductie op het keurmerken stelsel, met in het bijzonder het fairtrade keurmerk. Het debat, of zoals ze het zelf liever noemden; het gesprek, ging tussen een hoogleraar marketing, een vertegenwoordiger van de groothandel die onder andere levert aan de wereldwinkel, een afgezante van de wereldwinkel, een vertegenwoordigster van de Hanze Hogeschool en een vertegenwoordiger van de Jumbo. Weer kwamen verschillende partijen bij elkaar om te praten over problemen waar alleen een oplossing voor gevonden kan worden als er samengewerkt wordt. Natuurlijk werd de oplossing voor het eerlijke keurmerken debat niet in deze middag gevonden, maar het kan een startpunt zijn voor verdere samenwerking en ontwikkeling.

Ik sloot Let’s Gro gepast af met een diner in het Pop Up Restaurant. De geheime locatie was aan mij bekend gemaakt zodat ik tenminste wist waar ik heen moest. Helemaal bovenin het gebouw aan het Waagplein, waar ‘vroeger’ de La Place express, een tassenzaak en meer in zat, was een bedrijfskantine omgebouwd tot restaurant. We werden welkom geheten door Jeroen Bax, één van de oprichters van Bax bier, we gingen met de lift naar boven waar onze jassen aangenomen werden. De eigenaar van ’t Feithhuis schudde iedereen persoonlijk de hand en gaf ons een welkomstdrankje met onder andere jenever, tonic en een schijfje komkommer. Er klonk muziek uit het restaurant, we hadden live muziek bij ons eten! Met pallets waren tafels en stoelen gecreëerd, op iedere tafel stond een sfeerlicht en wat bloemen in een Baxbier flesjes. Daar was dan eindelijk het menu, het enige dat bekend was dat het menu gebaseerd was op Baxbieren en Hooghoudt jenevers. Foodsharing was het concept, we zaten aan tafel met nog zes anderen gasten en we hadden onze eigen tafelheer. De hele bediening en ook de keukenploeg bestond uit leerlingen van het Noorderpoort college, onder leiding van de experts van het Feithhuis. Het eten was heerlijk en de begeleidende bieren hemels. Het was een avond om nooit te vergeten, voor mij was dit de perfecte afsluiting van Let’s Gro. Het Pop-up restaurant liet de essentie van het festival zien; samenwerken, lokaal ondernemen en met elkaar in gesprek gaan, DE drie thema’s om dit inspiratiefestival tot een groot succes te maken. Bedankt en tot volgend jaar!

De foto’s! (Op alle foto’s berust copyright, voor gebruik eerst toestemming vragen via levenomteeten@gmail.com